Hij zit tegenover de huisarts met een pijnlijke schouder die maar niet overgaat. Of met maagklachten, of met slecht slapen, of met een vage vermoeidheid waar niets uitkomt op het bloedonderzoek.Wat hij niet zegt, is dat hij al maanden om vier uur ’s nachts wakker ligt. Dat hij korter is geworden tegen zijn kinderen. Dat hij ’s avonds een glas meer drinkt dan vorig jaar. Dat is niet waarvoor hij komt, vindt hij zelf. Dit is geen anekdote. Het is een patroon dat onderzoekers al jaren beschrijven. Wat het onderzoek laat zienUit het NEMESIS-onderzoek van het Trimbos-instituut, een grootschalig bevolkingsonderzoek naar psychische aandoeningen in Nederland, blijkt dat veel mensen zich bij de huisarts niet melden met een duidelijke psychische hulpvraag, maar met lichamelijke klachten. Dat geldt met name voor bepaalde groepen, waaronder mannen. Daardoor blijft een deel van de problematiek onder de radar. Onderzoekers wijzen er in dat verband op dat alertheid geboden is bij aspecifieke klachten als vermoeidheid, slaapproblemen en pijn zonder duidelijke lichamelijke verklaring. Dat mannen minder makkelijk de stap naar hulp zetten, is ook zichtbaar in de cijfers. Het Nivel constateerde dat vrouwen ná een huisartsconsult veel vaker doorgaan naar de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg dan mannen: 65 procent tegenover 35 procent. Het gaat daarbij niet om een klein of zeldzaam probleem. Volgens het Trimbos-instituut heeft bijna de helft van de volwassen Nederlanders ooit in het leven een of meer psychische aandoeningen gehad, en komen stemmings- en angststoornissen elk bij ruim een kwart van de volwassenen voor. Waarom die stap zo hoog isVraag een man waarom hij niet eerder aan de bel trok, en je hoort zelden “ik durfde niet”. Je hoort: het viel wel mee. Anderen hadden het zwaarder. Ik dacht dat het vanzelf over zou gaan. Ik wilde het eerst zelf oplossen. Dat is geen onwil. Het is een aangeleerde reflex, en hij zit dieper dan de meeste mannen zelf doorhebben. Je bent opgevoed met het idee dat je het regelt. Dat je functioneert. Dat anderen op je kunnen rekenen. Dat is een prima kompas — tot het moment waarop het je in de weg zit, en je het niet meer kunt uitzetten. Bijkomend probleem: het vocabulaire ontbreekt. Als je dertig jaar niet hebt geoefend in het benoemen van wat er in je omgaat, dan is “hoe voel je je?” een oprecht moeilijke vraag. Niet omdat je niets voelt, maar omdat je er geen woorden voor tot je beschikking hebt. Wat er verandert in een groep mannenHier zit iets wat me in mijn werk telkens weer opvalt. Een man die individueel moeizaam op gang komt, verandert vaak binnen een uur als hij in een ruimte zit met andere mannen die hetzelfde meemaken. Dat heeft weinig met techniek te maken en veel met vergelijking. Zolang je denkt dat jij de enige bent die het niet redt, blijft het een persoonlijk tekort. Hoor je een ander hetzelfde zeggen — iemand die net zo capabel en net zo hard werkt als jij — dan verschuift er iets. Het wordt van een gebrek een gedeelde ervaring. Er is nog een verschil. In gemengd gezelschap gaan veel mannen onbewust functioneren: uitleggen, relativeren, de sfeer bewaken. Onder elkaar valt dat sneller weg. Dat maakt groepen die uitsluitend voor mannen zijn geen exclusiviteitsclubje, maar simpelweg een setting waarin het eerder eerlijk wordt. Beginnen zonder woordenEr is nog een ingang, en die is voor veel mannen makkelijker dan praten. Chronische spanning is niet alleen een gedachte, het is een lichamelijke toestand. Je ademt hoger en oppervlakkiger, je houdt je spieren aangespannen, je zenuwstelsel blijft in de aan-stand. Dat verandert niet doordat je het begrijpt. Bij ademwerk begin je aan de andere kant: bij het lichaam, niet bij de analyse. Je hoeft niets te vertellen en niets te verklaren. Wie met een ademcoach werkt, merkt vaak dat er iets loskomt waar hij nooit een woord voor had — en dat de woorden dáárna pas komen, als ze al nodig zijn. Voor mannen die zichzelf omschrijven als “niet zo van het praten” is dat vaak een opluchting. Het is geen omweg om het gesprek te vermijden. Het is een andere ingang naar hetzelfde. Ik hoorde er zelf ook bijIk ben in dertig jaar werkzaam leven zeven keer uitgevallen. RSI, overspannenheid, bore-out, paniekaanvallen. En elke keer was mijn eerste reactie dezelfde: dit hoort er even bij, ik pak het straks op. Wat me uiteindelijk hielp, was niet iemand die me beter uitlegde wat er aan de hand was. Ik begreep het prima. Het was de ervaring dat het niet gek was, en dat ik het niet in mijn eentje hoefde uit te zoeken. Wanneer je iets moet doenHerken je dit — je slaapt slecht terwijl je uitgeput bent, je bent korter van stof geworden, je hebt lichamelijke klachten waar geen verklaring voor komt, je functioneert nog wel maar het kost je alles wat je hebt — dan is dat geen kwestie van doorbijten. Begin bij je huisarts, zeker als er lichamelijke klachten zijn; die horen serieus onderzocht te worden. Wil je daarnaast met iemand praten die geen witte jas draagt, dan kan een oriënterend gesprek met een therapeut of met coaching in Amersfoort of je eigen regio een laagdrempelig begin zijn. Gaat het niet goed met je en heb je gedachten aan zelfdoding, neem dan contact op met je huisarts of bel 113 (of 0800-0113). Dag en nacht bereikbaar, ook als je alleen wilt praten. Het is geen zwakte om aan te kloppen. Het is alleen ongebruikelijk, en dat is iets anders. |















